Het was 1992, misschien 1991. Ik ging met mijn toenmalige vriendin naar een congres hier in Leiden. Het was een filosofiecongres over virtual reality en dat was georganiseerd door (continentale) filosofen, zogenaamde Heideggerianen.
Ik had geen actieve rol en zat gewoon tussen het publiek.
Er stonden een paar keynote-sprekers op het programma en die gingen bijna allemaal over hetzelfde: waarom VR zo slecht was.
Ze hadden er stuk voor stuk goede redenen voor. Het zou ons denkvermogen aantasten. Het zou ons weghalen bij ons mens-zijn. En misschien wel de belangrijkste: het zou gewoon niet werken. Niet effectief zijn. Nooit praktisch bruikbaar worden.
De hele ochtend ging over waarom virtual reality niet deugde, niet zou werken en gevaarlijk was voor de mensheid.
Je moet je even voorstellen hoe VR er toen bij lag.
Het was vooral een theoretisch construct. Iets waar filosofen over konden speculeren, maar wat vrijwel niemand daadwerkelijk had meegemaakt.
Ik toevallig wel.
Ik was de dag daarvoor bij ESTEC geweest in Noordwijk. En daar stond één van de eerste virtual-reality-opstellingen van Nederland. En ik had de mazzel dat ik dat zelf mocht ervaren.
Ik liep in virtual reality als astronaut door de ruimte.
Op een gegeven moment kwam er een balk op me af zwaaien.
En ik bukte.
Mijn lichaam reageerde alsof dat ding me echt voor mijn hoofd zou raken.
Dat is wat me het meest bijbleef: hoe echt het voelde.
Dus toen die zaal in Leiden zich vol overtuiging vastbeet in dit werkt niet en dit gaat nooit werken, stak ik mijn vinger op.
Ik vertelde wat ik de dag daarvoor had meegemaakt. Hoe goed het eigenlijk al werkte. En hoe waardevol zoiets bijvoorbeeld zou kunnen zijn voor astronauten, die op die manier situaties konden oefenen zonder dat er echte balken tegen hun hoofd kwamen.
De zaal viel eerst stil.
En toen explodeerde hij. Mensen begonnen te roepen. Eén van de aanwezigen (naar later bleek een professor) hield in het Duits een soort donderpreek over waarom wat ik zei onmogelijk waar kon zijn en hoe gevaarlijk het wel niet was om dit te beweren.
Ik heb overigens nooit kunnen achterhalen wat hij precies zei.
En het bleek ook helemaal niet de bedoeling te zijn dat iemand (in dat geval ik) weerwoord gaf.
Verbouwereerd verliet ik de zaal.
Wat me vooral verbaasde was niet dat mensen kritisch waren op virtual reality. Daar was alle reden toe. Misschien hadden sommige filosofen zelfs wel gelijk met hun zorgen over technologie, vervreemding en wat het met ons mens-zijn zou kunnen doen.
Wat ik niet begreep, was iets anders. Waarom waren ze niet nieuwsgierig?
Er stond iemand in die zaal die de technologie waar ze de hele ochtend over spraken daadwerkelijk had ervaren. Je hoeft mijn ervaring niet meteen te geloven. Je hoeft er ook niet enthousiast van te worden.
Maar zou je niet ten minste willen weten: Hoe was het?
Waarom ik hier ruim dertig jaar later weer aan moet denken?
Ik moet de laatste tijd opvallend vaak aan die ochtend denken.
Vanwege AI.
Ook nu zijn er ontzettend veel mensen met uitgesproken meningen. Positief en negatief.
En laat ik daar meteen duidelijk zijn. Er zijn genoeg redenen om kritisch te zijn op AI.
Wat doet het met onze banen? Met onze creativiteit? Met ons denkvermogen? Kunnen we de grote technologiebedrijven wel vertrouwen? En wat moeten we eigenlijk vinden van al die tech bro’s die ons vertellen hoe de toekomst eruit gaat zien?
Ik weet de antwoorden op veel van die vragen ook niet.
Wat me wel opvalt, is dat sommige van de meest stellige oordelen komen van mensen die nog nauwelijks serieus met AI hebben gewerkt. Die ChatGPT één of twee keer een vraag hebben gesteld, een teleurstellend antwoord kregen en op basis daarvan hun oordeel hebben gevormd.
Dat vind ik oprecht fascinerend. Niet omdat hun kritiek daarmee waardeloos is. Maar omdat ik me afvraag hoeveel je van een technologie kunt begrijpen zonder haar daadwerkelijk te ervaren.
AI lijkt wat mij betreft een beetje op zwemmen
Je kunt iemand tot in detail uitleggen hoe zwemmen werkt. Inclusief alle natuurkundige wetten van ons drijfvermogen. Hoe de perfecte borstcrawl eruit ziet. De stand van je handen. Je ademhaling. Je kunt eindeloos filmpjes bekijken van Pieter van den Hoogenband en wetenschappelijke artikelen lezen over hydrodynamica.
Maar daarmee kun je nog niet zwemmen.
Daarvoor moet je uiteindelijk het water in.
Met AI is volgens mij iets vergelijkbaars aan de hand. Je kunt er eindeloos over lezen. Podcasts luisteren. Krantenartikelen volgen. Je kunt zelfs behoorlijk goed begrijpen hoe de technologie erachter werkt.
Maar uiteindelijk moet je het ook ervaren.
En dan niet één keer een vraag stellen alsof ChatGPT een soort Google is. Maar er echt eens induiken.
Pak iets waar je normaal een uur mee bezig bent. Kijk wat er gebeurt als je AI erbij betrekt. Gebruik het om een idee aan te vallen waar je zelf enthousiast over bent. Laat het kritiek geven op iets wat je geschreven hebt. Probeer iets te leren wat je moeilijk vindt. Laat het een rol spelen in een echt probleem uit je werk.
En kijk dan wat er gebeurt.
Misschien word je enthousiaster.
Misschien juist kritischer.
Allebei prima.
Maar je oordeel is daarna waarschijnlijk interessanter dan ervoor.
Misschien moeten we niet kiezen tussen omarmen en afwijzen
Dat is misschien wel wat me het meest stoort aan een deel van de huidige discussie.
Alsof er maar twee kampen zijn.
Je hebt de enthousiastelingen die bij iedere nieuwe AI-versie roepen dat alles nu echt gaat veranderen.
En je hebt de critici die vooral vertellen wat er allemaal verloren dreigt te gaan.
Ik voel me eerlijk gezegd bij geen van beide helemaal thuis. Ik denk dat AI enorme mogelijkheden biedt. En ik denk dat er reële risico’s zijn.
Die twee dingen kunnen tegelijkertijd waar zijn.
Sterker nog: misschien kun je juist kritischer worden op AI wanneer je er veel mee werkt.
Je ontdekt waar het fantastisch in is. Maar ook waar het hallucineert. Waar het je naar de mond praat. Waar het middelmatige antwoorden geeft die heel overtuigend klinken. Waar je zelf lui van kunt worden. En waar je ineens merkt dat je iets aan het uitbesteden bent wat je eigenlijk helemaal niet wilt uitbesteden.
Dat vind ik minstens zo interessant als alle productiviteitswinst.
Dus spring het water in
Mijn oproep is daarom niet:
Omarm AI.
En ook niet:
Vertrouw AI.
Mijn oproep is veel eenvoudiger:
Word nieuwsgierig.
Ga niet alleen aan de kant van het zwembad staan en beredeneren waarom zwemmen geweldig of verschrikkelijk is.
Spring er eens in.
Probeer. Experimenteer. Maak fouten. Kijk waar het je helpt en waar niet. Ontdek wat je ermee wilt uitbesteden, maar misschien nog belangrijker: wat je juist zelf wilt blijven doen.
En blijf ondertussen kritisch.
Want zelf ervaren betekent natuurlijk niet dat je vervolgens alles maar moet accepteren.
Integendeel.
Misschien is dat wel één van de belangrijkste vaardigheden in het AI-tijdperk: nieuwe technologie durven gebruiken zonder je oordeel eraan uit te besteden.
En als je besluit aan de kant te blijven staan?
Dat mag natuurlijk.
Maar ik denk wel dat daar consequenties aan kunnen zitten.
Toen de computer opkwam, konden mensen lange tijd zeggen: “Nee hoor, ik blijf gewoon met pen en papier werken.”
Dat kon.
Tot het op een gegeven moment niet meer kon. Of AI zich precies zo gaat ontwikkelen weet ik niet. Misschien gaat het veel sneller. Misschien blijkt een deel van de huidige hype over vijf jaar behoorlijk overdreven.
Maar juist daarom wil ik het zelf ervaren. Ik wil niet dat anderen voor mij bepalen wat ik ervan moet vinden. Niet de techbedrijven. Niet de AI-goeroes.
Maar ook niet de mensen die vooral vertellen waarom het allemaal verschrikkelijk is.
Ik wil zelf kijken. Zelf proberen. Zelf nadenken. En zelf blijven kiezen.
En uiteindelijk zelf bepalen welke rol AI in mijn werk en leven krijgt.
Dat is ongeveer wat ik bedoel met floreren met AI.
Nieuwsgierig onderzoeken wat deze technologie met ons doet. Waar ze ons sterker kan maken. Waar ze ons misschien juist zwakker maakt. En hoe we daarin zoveel mogelijk zelf de regie op kunnen houden.
En ik ben oprecht benieuwd naar jouw ervaring.
Ben jij al het water ingesprongen? En zo ja: wat ben je over AI anders gaan denken dan voordat je het serieus ging gebruiken?
We spreken elkaar snel weer.
Onno


