Kwetsbare jongeren?
Of gewoon eerlijker over wat werk met hen doet?
"Deze generatie kan minder hebben." Ik hoor het regelmatig en zie het ook terug in de cijfers (jongeren ervaren meer stress).
Een nieuw artikel van Levi van Dam (UvA) zette mij aan het denken. Zijn punt, simpel gezegd: de zichtbaarheid van stress bij jongeren betekent niet automatisch dat hun veerkracht afneemt. Het kan ook betekenen dat zij beter zijn geworden in het herkennen van spanning, het verwoorden ervan en het zoeken van steun.
Dat is een ander verhaal dan we gewend zijn te horen. Want als een jonge medewerker zegt "ik loop vol" of "ik voel veel druk" wat horen we dan?
Een klaagzang? Of een signaal van iemand die zichzelf goed genoeg kent om te weten dat iets niet klopt?
Ik pleit voor het tweede. En voor de vraag die daarna logisch volgt: wat vertelt dit signaal ons?
Gaat het om overbelasting? Onduidelijkheid in rol of verwachtingen? Te weinig herstel? Of een werkomgeving die psychologisch gewoon niet goed aansluit?
Dat zijn vier heel verschillende antwoorden met 4 heel verschillende oplossingen.
Wie jonge medewerkers goed wil begeleiden, moet daarom investeren in meer dan verzuimpreventie: in duidelijke verwachtingen, psychologische veiligheid, autonomie en richting, herstelruimte en in leidinggevenden die niet meteen gaan oplossen, maar eerst proberen te begrijpen.
Misschien zijn jonge medewerkers niet kwetsbaarder dan vroeger. Misschien zijn ze alleen sneller in het herkennen van wat wel en niet voor hen werkt. En misschien is dat, hoe ongemakkelijk het soms ook voelt, precies hoe moderne veerkracht er uitziet als je er goed naar kijkt.
Voor mij zit daar een belangrijke kern van duurzame inzetbaarheid. Werkgeluk gaat niet alleen over plezier. Het gaat ook over de vraag of mensen zich veilig genoeg voelen om signalen serieus te nemen, grenzen te bewaken en in gesprek te blijven.
Hoe kijk jij hiernaar? Zijn jonge medewerkers kwetsbaarder dan vroeger of zijn ze minder bereid geworden om langdurig te functioneren in werk dat psychologisch niet klopt?
Geinspireerd door: Van Dam, L. (2026). Child and Adolescent Mental Health, 31(2), 137–139 (zie link in comments).


